Podcast (mens-in-wording): Play in new window | Download
Subscribe: Apple Podcasts | Spotify | Blubrry | Email | RSS | More
Wat je leert / meeneemt in deze aflevering
- Waarom het gevoel van alleen staan als hulpverlener zo hardnekkig is — zelfs als je collega’s hebt
- Wat er gebeurt in het lichaam van je patiënt als jij je eigen stress probeert te verbergen
- Hoe ‘karma koekjes’ werken — en waarom we onszelf belonen voor precies datgene wat ons uitput
- Waarom protocollen noodzakelijk zijn én onvoldoende — en wat daartussen valt
- Het verschil tussen een hulpverlener die zegt ‘ik kan alles hebben’ en één die haar eigen angst durft te delen
- Wat een spoedkeizersnede en een artsenexamen gemeen hebben — en wat dat zegt over hoe we dissociatie trainen
Het gevoel dat nergens kan landen
Normaal zijn we met z’n drieën. Deze week zijn Suze en ik met z’n tweeën — Carine kon er niet bij zijn.
En eigenlijk voelt dat heel passend voor wat we bespreken.
Want deze aflevering gaat over wat Karen noemt: dat gevoel van binnen dat nergens kan landen. Het gevoel dat overblijft als je het protocol hebt doorlopen, bij een collega hebt aangeklopt, alles hebt gedaan wat je hoort te doen — en toch nog iets draagt. Alleen.
We praten over karma koekjes. Over de OK-tafel. Over de gynaecoloog die stresste en de gynaecoloog die belde. Over burnout. Over schaamte. Over wie er eigenlijk voor de hulpverlener is.
Het is een diep gesprek. En een mooi gesprek.
Er is een moment in vrijwel elk gesprek met een arts of therapeut waarop ik het zie. Een lichte samentrekking. Een snelle wisseling van onderwerp. Het moment waarop ze van gesprekspartner naar “professional” gaan.
Het is het moment waarop het over hen gaat.
Karen Smets noemt het ‘dat gevoel van binnen dat nergens kan landen.’ Ze bedoelt het gevoel dat overblijft als je het protocol hebt doorlopen, de stapjes hebt afgevinkt, bij een collega hebt aangeklopt, “weet” dat je alels juist hebt gedaan — en toch nog iets draagt. Iets wat te klein lijkt om groot van te maken en te groot is om weg te stoppen.
“Ieder arts waar ik mee spreek, worstelt hier in zijn eentje mee. In zijn eentje. Tot het punt dat ik tien artsen heb gesproken die ernstig hebben overwogen om achter de schermen te gaan werken.”
In de tweede aflevering van Mens in Wording zitten Suze en Karen met z’n tweeën — Carine is er niet. En dat is, zoals Suze het zegt, eigenlijk heel passend. De podcast over alleen staan is zelf even alleen.
Het gesprek gaat over veel verschillende dingen, maar uiteindelijk steeds over hetzelfde: het systeem dat ons leert onze pijn weg te stoppen is hetzelfde systeem dat ons vraagt anderen bij hun pijn te zijn. En die twee dingen gaan niet samen. Ze kunnen niet samen gaan.
Karen vertelt over een consult bij een gynaecoloog die zichtbaar overwerkt was, die haar dossier niet had kunnen inlezen, die probeerde zich er doorheen te slaan. En hoe ze als patiënte — zelf arts — niet kon landen in dat consult. Hoe de twijfel daarna bleef. Of ze echt goed had gekeken.
Ze vertelt het niet om die gynaecoloog te veroordelen. Ze vertelt het omdat ze haar herkent.
“Ik kon mij perfect verplaatsen in haar situatie. Maar mijn zenuwstelsel kon ook zo erg voelen: zij heeft pauze nodig. En misschien zelfs een paar dagen.”
Suze vertelt over haar bevalling. De pre-eclampsie, de spoedkeizersnede, het moment waarop de gynaecoloog zonder toestemming ingreep omdat het leven van moeder en kind ervan afhing. Ze is dankbaar voor dat ingrijpen. Diep, oprecht dankbaar.
En ze heeft er jaren therapie over gehad. Omdat het écht niet goed ging. Omdat ze op de OK lag terwijl de artsen praatten over auto’s en weekenden. Omdat niemand tegen haar praatte. Omdat ze dacht: misschien was ik helemaal niet zwanger. Misschien was het gewoon wat pijn. Misschien ga ik gewoon over twee dagen weer aan het werk.
Zes jaar later zei ze bij een groep vrouwen die bevallingsverhalen deelden: ik ben niet echt bevallen. Het telt niet.
“Voordat ik naar iemand toe durfde te gaan om hierover te praten, moest ik door diepe, lage schaamte heen. Terwijl ik al traumatherapeut was.”
Dat is wat ‘alleen staan’ doet. Het overtuigt je dat het niet telt. Dat jij het had moeten kunnen. Dat jij geen recht hebt op wat je voelt, omdat er mensen zijn die het erger hebben, omdat jij van dit vak bent, omdat je het kind tenminste hebt.
Suze noemt het ‘karma koekjes’ — de bonuspunten die we onszelf geven voor het feit dat we alles alleen gedragen hebben. Het is een prachtig woord voor iets wat schrijnend is. Want het moment dat het een prestatie wordt om alles alleen te dragen, is het moment dat je hulp vragen een mislukking is geworden.
En dan vraagt niemand meer hulp.
En dan worden artsen middelenmisbruiker. En gaan therapeuten bij zichzelf op de bank liggen. En klopt Karen in 2018 aan bij een collega die de protocollen met haar doorloopt en haar dat gevoel van binnen niet wegneemt.
“Als je je emoties niet durft te voelen, zadel je je patiënten ermee op. Niet andersom.”
Dit is aflevering 2 van Mens in Wording. Over het gevoel dat nergens kan landen. Over wie er eigenlijk is voor de mensen die er voor iedereen zijn.
En over hoe het anders kan.
Luister via alle podcastplatforms.
Voor de mens achter de hulpverlener.