Podcast (mens-in-wording): Play in new window | Download
Subscribe: Apple Podcasts | Spotify | Email | RSS | More
Het strafbankje van de patiënt (en waarom dokters hun eigen schrik verbergen)
Wat doe jij als je griep krijgt of fysiek vastloopt? Is je eerste reactie: “Nee toch, niet nu! Ik heb hier geen tijd voor, ik moet door!”
We zien ziekte in de westerse maatschappij bijna altijd als een boze indringer die onze to-do-lijst verstoort. En in de zorg behandelen we ziektes op dezelfde manier: als een technisch probleem dat gefikst moet worden.
In aflevering 13 van Mens in Wording leggen traumatherapeut Suze Maclaine Pont en huisarts Karen Smets uit waarom deze houding herstel juist in de weg staat.
Het ‘strafbankje’ van de verzekering
Karen ziet in haar praktijk dagelijks mensen met chronische klachten. Ze zijn uitgevallen op hun werk en lopen van specialist naar specialist. Het tragische is dat het systeem hen dwingt om op een ‘strafbankje’ te gaan zitten:
- Ze moeten aan de ziekteverzekering bewijzen dat ze ziek genoeg zijn om hun uitkering te behouden.
- Ze moeten tegelijkertijd bewijzen dat ze hard genoeg hun best doen om beter te worden door talloze onderzoeken te ondergaan.
Het resultaat? Een voortdurende staat van bewijsdrang en stress. En laat stress nou net de grootste blokkade zijn voor het parasympathische zenuwstelsel om de cellen te laten herstellen.
“Doe gewoon verder…”
Het ontbreken van herstelruimte geldt niet alleen voor de patiënt, maar net zo goed voor de zorgverlener. Karen deelt een heftige herinnering uit haar begintijd als arts. Ze werd midden in de nacht op straat geroepen voor een acuut verwarde patiënt. De politie moest de man boeien, de ouders waren in paniek en Karen zat vol schrik.
Nadat de patiënt was afgevoerd, moest Karen direct door naar haar volgende patiënt. De boodschap uit de medische cultuur was helder: “Dit hoort bij je vak, deal ermee en doe gewoon verder.”
Wanneer hulpverleners hun eigen schrik, emoties of onvermogen moeten wegdrukken, gaan ze zichzelf beschermen. Ze gaan alleen nog naar de “nierfunctie” of het “symptoom” van de patiënt kijken, in plaats van naar de mens die tegenover hen zit.
Bouwen aan een nieuw ‘dorp’
Een zenuwstelsel van een zieke patiënt laat zich niet dwingen door wilskracht. Het leert pas ontspannen wanneer het zich kan spiegelen aan een behandelaar die zelf in diepe rust aanwezig kan zijn.
Dat vraagt dat we als artsen en therapeuten stoppen met het spelen van ‘onfeilbare God’. We moeten weer een ‘dorp’ om de hulpverlener heen bouwen—een plek waar je na een heftige casus of in je eigen zoektocht in duizend stukjes mag uit elkaar vallen zonder dat je je baan of je waardigheid verliest.
Wil je deel uitmaken van dit dragende veld?