Carine is terug. En ze belde vanuit een Airbnb in Marokko, met ongepakte koffers en drie uur om het pand te verlaten.

In deze aflevering beginnen Suze, Karen en Carine niet met het onderwerp — ze beginnen met zichzelf. Hoe is het nu, op dit moment, van binnen? Het is een simpele vraag. En tegelijk de moeilijkste die je kunt stellen aan mensen die geleerd hebben het antwoord netjes te omzeilen.

Carine is in Marokko en is twee keer bijna verdronken tijdens het kitesurfen. Haar harnas drukte letterlijk haar longen in. En toch ging ze een derde keer het water op — met haar vriend die zei: jij kunt dit gewoon. Karen heeft rugpijn en haar vader ligt in het ziekenhuis, maar ze is er. Suze heeft haar vaders kelder leeggeruimd: 400 camera’s, 23 compressoren, 120 vierkante meter vol met alles wat hij ooit wilde vasthouden. En ze neemt voelbaar afscheid.

Het gesprek gaat over angst en overgave. Over vijf minuten vakantie — vacare Deo, je vrij maken voor iets groters. Over het harnas dat je beschermt en het harnas dat je stikt. Over toewijding middenin de druk, in plaats van eerst de druk oplossen en dan pas beginnen. Over het goddelijke lijntje in jou dat soms iemand anders nodig heeft om het te zien.

En over wat er gebeurt in de zorg als die verbinding er niet is — met jezelf, met de ander, met iets dat groter is dan het protocol.

Wat je leert / meeneemt

  • Wat het verschil is tussen dóór de angst heen gaan en mét de angst het water op gaan
  • Waarom vijf minuten vakantie meer helpt dan een week — en waar dat woord eigenlijk vandaan komt
  • Hoe je herkent wanneer een harnas je beschermt en wanneer het je stikt
  • Wat toewijding is — en hoe het verschilt van vermijden
  • Waarom je soms iemand anders nodig hebt om je eigen goddelijke lijntje te zien
  • Hoe een spiritual bypass er in de praktijk uitziet — ook bij therapeuten
  • Wat er in de zorg concreet misgaat als verbinding ontbreekt, voor zowel patiënt als hulpverlener

Met de angst het water op

Carine ging twee keer bijna kopje onder in de Atlantische Oceaan voor de kust van Marokko.

Haar harnas — het ding dat haar veilig moest houden — drukte haar longen dicht onder de kracht van de golven. Ze verloor haar board, ze verloor haar lucht, ze verloor even haar vertrouwen dat ze levend aan de kant zou komen. Eenmaal op het strand, op haar knieën, buiten adem, dacht ze: ik moet Karen appen.

Haar vriend zei: je moet nog een keer gaan.

Ze ging.

“Ik wilde niet zeggen: ga door de angst heen. Ik ging met de angst het water op. Samen.”

In de derde aflevering van Mens in Wording beginnen Suze, Karen en Carine niet met een onderwerp. Ze beginnen met een vraag: hoe is het nu met jou, op dit moment, van binnen? Het lijkt simpel. Maar wat er in de eerste paar minuten gebeurt — Carine geeft het door aan Karen, Karen geeft het door aan Suze, Suze geeft het door aan Carine — zegt alles. We zijn goed in wegschuiven. We zijn getraind in het omzeilen van precies deze vraag.

En toch is het de enige vraag die er toe doet.

Karen heeft rugpijn en haar vader ligt in het ziekenhuis. Ze had met alle recht van de wereld kunnen afzeggen. Ze deed het niet. Niet omdat ze een topper is, maar omdat ze ontdekt heeft dat aanwezig zijn mét wat er is haar minder kost dan wegschuiven van wat er is. ‘Ik ben hier, met alles wat er is,’ zegt ze. En je hoort dat ze het meent.

Suze heeft de week ervoor haar vaders kelder leeggeruimd. Haar vader heeft dementie en verhuist naar een klein appartement. Uit de kelder kwamen 400 fotocamera’s, 23 compressoren, een tientonner aan elektriciteitsdraadjes. Vijfenzestig jaar van vasthouden, op straat gezet in één week.

“Ik ben voelbaar afscheid van mijn vader aan het nemen. Hij is er nog. Maar dit stuk van hem… dit neem ik nu afscheid van.”

Ze zegt ook dit: na vijftig jaar hopen dat er iets is wat blijvend is, staat ze met lege handen. En het geeft een enorme rijkdom.

Dat is geen zen-cliché. Dat is iemand die het echt heeft doorgevoeld.

De aflevering bouwt vanuit deze drie check-ins naar een vraag die hulpverleners zelden hardop stellen: hoe doe je dit eigenlijk? Hoe sta je aanwezig bij alles wat er is in jouw leven, zonder dat het de sessie binnenkomt, maar ook zonder het weg te stoppen? Hoe vind je het dragende lijntje terug als je het kwijt bent?

Suze noemt het vijf minuten vakantie. Het woord vakantie komt van vacare Deo — je vrijmaken voor God. Vijf minuten per dag niks hoeven weten, oplossen of begrijpen. Vijf minuten jezelf losmaken van de hyperfocus van het werk, de kinderen, de administratie. Niet om te ontsnappen, maar om gevoed te raken door iets groters dan de to-do-lijst.

“Vakantie is niet wegvluchten. Vakantie is je vrijmaken zodat je je kunt toewijden. Vacare Deo.”

En dan is er het harnas. Carine’s kitesurfharnas dat haar bijna doodde. Het professionele harnas van Karen dat ze als huisarts droeg: masker op, niks aan de hand, vertel maar hoe het met jou gaat, terwijl ze zelf nog niet gegeten had en niet naar de wc was geweest. Het harnas dat beschermt — want soms moet je ingrijpen zonder toestemming te vragen, soms moet je gewoon klimmen zonder steeds je klikken te controleren. En het harnas dat stikt: het protocol dat sneller gaat dan de verbinding, de hulpverlener die ‘ja, alleen maar vocht’ zegt terwijl er morfine in de spuit zit.

‘Op het moment dat zorgvuldig werken betekent dat we maar even geen mens zijn,’ zegt Suze, ‘hoe zorgvuldig was het dan?’

Het kitesurfen is een totale overgave aan God, zegt Suze. Je hebt niks te zeggen over de golven, de wind, of je board in je handen blijft. En toch ga je. Niet omdat je niet bang bent. Maar omdat iemand jou zag — het goddelijke lijntje in jou zag — en zei: jij kunt dit.

Dat is wat dit vak vraagt. En dat is ook wat dit vak geeft, als het goed gaat.

Luister naar aflevering 3 van Mens in Wording.

Voor de mens achter de hulpverlener.