Podcast (https-suzemaclainepont-nl-feed-podcast-gesprekken-aan-de-keukentafel): Play in new window | Download
Subscribe: Spotify | Blubrry | Email | Youtube Music | RSS | More
Wat leer je in deze aflevering?
- Het patroon van ‘ik mag pas naar God als ik het zelf heb opgelost’ — hoe dat werkt in jouw leven en bij je cliënten
- Waarom we bijna altijd pas achteraf delen — als het antwoord er al is — en wat er opengaat als je het midden in de pijn doet
- Persoonlijke eerlijkheid van Suze over financiële druk, haar vader met Alzheimer, en kinderen die het huis uitgaan
- Waarom dit specifieke verhaal uit de Bijbel – 2 Koningen 1 – vaak wordt overgeslagen — en wat we kunnen hebben aan ‘lastige’ verhalen… die uiterst oncomfortabel voelen
- Wat Baäl-Zebub betekent — en wat jouw Baäl-Zebub zou kunnen zijn
- De drie hoofdmannen als psychologisch spectrum: kracht wordt verteerd, buiging wordt gespaard
- Waarom Thomas niet de ‘ongelovige’ Thomas is maar de eerlijke twijfelaar — en wat zijn naam Didymus (tweeling) daarover zegt
Ik, Suze, zit op veel fronten in een lastige situatie in mijn leven. Ik heb op een groot deel van die vragen die nu zich aandienen geen antwoord. En zoals ik dan doe als ik het niet weet, sloeg ik vanochtend de Bijbel open om te kijken wat het boek mij wilde vertellen. Gewoon spontaan op een bladzijde waarvan ik had besloten dat de bladzijde die ik opensloeg mij vermoedleijk wel iets te vertellen had. Toen ik las waar ik het opsloeg, wilde ik meteen een ander verhaal.
Het was zeven uur ‘s ochtends. Ik zit midden in een periode waarin financiële gevolgen van corona eindelijk aan de deur kloppen, mijn vader steeds verder verdwijnt in zijn dementie, mijn kinderen het huis uit gaan, en alles in mij wil dat ik gewoon mijn ogen dichtdoe en doorloop. En dan slaat de Bijbel open bij 2 Koningen 1. De dood van Achazja.
Een man die uit zijn raam valt. En doodgaat.
Mijn eerste gedachte: wat moet ik hiermee? Geef me een beter verhaal. Geef me hoop. Maar dit — dit is precies waar het over gaat. Precies dit.
De man die een leger stuurde om hulp te vragen
Achazja is de zoon van Achab en Izebel. Hij valt door een vensterrooster op de bovenverdieping van zijn paleis. Zwaar gewond. Bang. En dan stuurt hij boden naar Baäl-Zebub — de god van Ekron — om te vragen of hij zijn val zal overleven.
Niet naar God. Naar een orakelgod van de Filistijnen.
Elija onderschept de boden met één vraag: ‘Is er soms geen God in Israël, dat jullie gaan vragen bij Baäl-Zebub?’
Maar dan doet Achazja iets wat bijna komisch is als het niet zo herkenbaar was: hij stuurt een bevelhebber met vijftig soldaten om Elija van de berg te halen. De koning beveelt de profeet. Hij vraagt niet om hulp — hij gebiedt. Twee keer. En twee keer daalt er vuur uit de hemel.
De derde bevelhebber doet iets anders. Hij knielt. Hij zegt: godsman, spaar mijn leven. Ik weet wat er met de anderen is gebeurd. En ik vraag je om genade.
Pas dan daalt Elija af.
Gaat hij dood aan de val?
Nee. Achazja gaat niet dood aan zijn val. Hij gaat dood omdat hij de verkeerde vraag stelt.
Hij vraagt: ga ik mijn val overleven? Maar hij vraagt niet: wat heeft deze val mij te zeggen? Wat vraagt God hier van mij als koning? Waarvoor knielde de man die had kunnen overleven?
De val had hij misschien best overleefd. Het is de richting die hij daarna kiest die fataal is.
En dat is precies het patroon dat zoveel mensen herkennen — in de spreekkamer, in de klas, in zichzelf. Ik moet eerst alles op orde hebben. En dan heb ik tijd voor God. Als het goed met me gaat mag ik vrolijk zijn. Maar als het niet goed gaat — dan heb ik hier geen tijd voor.
Ik mag pas naar God als ik het zelf heb opgelost.
De twijfelaar met twee gezichten
In de aflevering koppelen Suze en Jelbert dit verhaal aan Thomas — de leerling die niet aanwezig was bij de eerste verschijning van de opgestane Jezus. Die zei: tenzij ik zijn handen zie en mijn vinger in zijn zijde, geloof ik niet.
Thomas heet in het Grieks Didymus. Dat betekent tweeling. Niet zozeer dat hij een broer had — maar dat hij tweezijdig is. Een twijfelaar. Altijd beide kanten zichtbaar, nooit helemaal één kant op.
In Nederland wordt hij de ongelovige Thomas genoemd. Maar dat mist de kern. Thomas gelooft niet blind — maar hij gaat wel terug. Hij is er een week later weer bij. Hij sluit zichzelf niet af; hij zoekt. En als hij het zelf ervaart, is zijn reactie een van de meest complete belijdenissen in het hele Nieuwe Testament: ‘Mijn Heer en mijn God.’
Dat is geen ongeloof. Dat is het eerlijke pad van iemand die het zelf moest ondergaan voor hij het kon dragen.
De koning en de profeet in ons
In de aflevering zeggen Suze en Jelbert iets dat blijft hangen: we dragen allemaal een koning in ons en een profeet. De koning is altijd aan de macht. De profeet zit rustig op de achtergrond — totdat hij mag komen.
Maar je kunt de profeet niet gebieden. Je kunt hem niet met vijftig soldaten naar beneden halen. Alles wat je op die manier op hem afstuurde gaat in rook op.
De profeet heeft van de koning niets te vrezen. Dat staat letterlijk in de tekst. Elija daalt pas af als er iemand voor hem knielt die niets meer eist. Die zijn kracht heeft afgezet.
En dat vraagt iets van ons als professionals. Als therapeuten, artsen, coaches, dominees. Naar wie grijpen wij als we gewond zijn? Grijpen we naar protocollen, naar bewijs, naar de zekerheid van wat we kennen? Sturen we een leger om te bewijzen dat we het aankunnen?
Of durven we te knielen?
We delen pas achteraf
Een van de scherpste observaties in de aflevering is de meest stille: we delen pas als we het antwoord al hebben. Midden in de pijn, midden in het niet-weten, houden we de schijn op. Zelfs therapeuten durven best te zeggen dat ze moe zijn. Maar niet dat ze het antwoord niet hebben. Want dan wordt iemand je proberen te fixen.
Maar juist dat — midden in de pijn laten zien hoe het is — is de enige weg die echt iets opent.
Luister naar aflevering 14 van Godvinden. Twee verhalen die eigenlijk één verhaal zijn. Over een king die de verkeerde richting opzoekt. En een twijfelaar die toch terugkomt.
Naar wie grijp jij als je gewond bent en bang?